Shinedown laat 013 ontploffen met The Sound of Madness!
Op een koude herfstige woensdagavond treedt de band met blijkbaar ’de meeste nummer 1-hits in de geschiedenis van de Billboard Mainstream Rock-chart‘, oftewel Shinedown, voor alweer de vierde keer op in het mooie 013 in Tilburg. En op voorhand al uitverkocht, jawel, hun ster is nog altijd rijzende. En dat terwijl ik persoonlijk de laatste twee albums vooral meer van hetzelfde vind. Maar live is het altijd een feest, ook nu weer. Bij binnenkomst worden we via de schermen volop gewaarschuwd voor een show met explosies, lichtflitsen en vuur. Lekker, dat belooft wat!
Om stipt zeven uur mag het Engelse Those Damn Crows het publiek opwarmen middels hun enthousiaste, erg tegen de Amerikaanse Shinedown-sound aanschurkende rock. Dat doen ze met verve, want de nummers zijn lekker meezingbaar, de melodieën aanstekelijk, de uitstraling sympathiek en de podiumact energiek. Eigenlijk jammer dat ze slechts een half uurtje krijgen, want nummers als ’Who Did It’ , ’No Surrender’ en vooral de Queen-achtige pianoballad ’Blink of an Eye‘ krijgen de handen terecht op elkaar. Met name zanger Shane Greenhall en bassist Lloyd Wood benutten het hele podium en zorgen ervoor dat de band doet wat een opwarmband moet doen. Geknipt voor de zomerfestivals lijkt me.





Na een half uur ombouwen ziet het podium er gelikt uit. Er is door Shinedown tijdens deze tour duidelijk niet bezuinigd op de productie, want sjesus, daar hangt een forse lichtshow. Tel daar de vuurzuilen en bommen bij op en het publiek lijkt waar voor zijn geld te krijgen. Helaas start het optreden nogal bedenkelijk met één of andere malloot met een tv op zijn hoofd die wat danspasjes doet. Vreemd. Na een minuut of tien lopen dan toch eindelijk de heren Brent Smith (zang), Zach Myers (gitaar), Eric Bass (bas) en Barry Kerch (drums) het podium op om lekker energiek te openen met het nieuwe ’Safe and Sound’ en ’Asking for It‘. De lichtshow is oogverblindend mooi en de waarschuwing voor knalvuurwerk is meer dan terecht. Prachtig schouwspel. En het geluid is ook nog eens uitmuntend. Bijna té gelikt, want de refreintjes krijgen duidelijk volop technische ondersteuning.




Vooraf leek me een twee uur durende show misschien wat veel van het goede. Want zo spectaculair is hun muziek nou ook weer niet. Maar ik was even de heer Smith vergeten. De goede man praat én hoort zichzelf graag en leidt menig song in met minutenlang gepreek over uiteenlopende onderwerpen. Soms leuk, soms langdradig, maar altijd typisch Amerikaans. Ik gok dat ieder optreden dezelfde verhalen voorbijkomen. Het haalt de vaart wat uit het optreden, maar zorgt wel voor wat rustpuntjes tussen de rockers en ballads. En zijn persoonlijkheid houdt je wel bij de les.


De band knalt er twintig songs doorheen vanavond. Bijna alle singles komen voorbij, maar gelukkig is er ook ruimte voor wat diepere cuts, zoals het gevoelige ’Call Me‘ van mijn favoriete album ’The Sound of Madness‘. Als ode aan de overleden zanger van 3 Doors Down volgt een prachtige, akoestische versie van ’Kryptonite’, niet onverdienstelijk gezongen door Zach. Deze gaat naadloos over in de onvermijdelijke, maar nog altijd prachtige ’Simple Man’ (Lynyrd Skynyrd). Tilburg zingt nog één keer de longen uit de lijven. Afsluiter, de melodieuze hit ’Second Change’ is mooi, maar een vette rocker, zoals de helaas niet gespeelde ’Devour’ was logischer én lekkerder geweest.


Het was een heerlijk avondje moderne post-grunge/ alternatieve metal, met een energieke band, een werkelijk prachtige show en de bijna 50/50-verdeling tussen stevige nummers en ballads bood voldoende variatie. Brent Smith was prima bij stem, en weer gedreven als altijd. Zijn nogal dwingende interactie met het publiek blijft bijzonder om te zien. Klein minpuntje: een uitverkochte 013 is wel erg vol. Maar desondanks: prima vermaakt vanavond!








