Jethro Tull – Curious Ruminant

Facebookrssmail

De dwarsfluit. Dat is toch een bijzonder fenomeen in de rockmuziek. Het instrument vond vanaf de vroege jaren zeventig zijn weg op menig album, met dien verstande dat het doorgaans de meer progressieve varianten betrof in het genre. Maar daarin is het geluid van de fluit dan ook rijkelijk aanwezig: van de Nederlandse inbreng met onder meer Golden Earring’s Barry Hay tot aan de subtiele toevoegingen van Peter Gabriel op het vroege werk van Genesis. Het instrument bleek verrassend veelzijdig te zijn en een aanvulling op het proggeluid, afhankelijk van speelwijze.

Waar in ons land na een aantal Focus-klassiekers en de Introspection-improvisaties
Thijs van Leer tot opperfluitist werd gekroond, valt aan de andere kant van de
Noordzee die eer te beurt aan Ian Anderson van Jethro Tull. De albums ‘Aqualung’
en ‘Thick as a Brick’ zijn onbetwiste klassiekers waarvoor de liefhebber diep in de

buidel tast als het om eerste persingen gaat. Het goede nieuws is dat behoudens
Focus ook Jethro Tull nog steeds muzikaal onder ons. Beiden brengen nog verse
platen uit en derhalve kunnen we ons verheugen op ‘Curious Ruminant’ waarna we
kunnen concluderen dat Anderson ontzettend productief is geweest na ‘The Zealot
Game’ in 2022 en ‘RökFlöte’ in 2023. Drie studioalbums in iets meer dan drie jaar –
het kerstalbum niet meegerekend. Kom er maar eens om.


Wat mag je dan verwachten? Volgens de bio vooral een meer persoonlijke Ian
Anderson en dat kon wel eens kloppen. Veel van de stukken op dit nieuwe album
begonnen als instrumentaaltjes waar Anderson pas vorig jaar teksten bij schreef, in
retroperspectief, zo lijkt het. Al in de openingstrack ‘Puppet and The Puppet Master’
lucht de 78-jarige Schot zijn hart, waarin hij zichzelf neerzet als slechts een pop in de
hand van een poppenspeler:


I live only to serve, bring smiles to friendly faces
Dancing on a sixpence, singing from a tree
With birds of a feather chirping high and low together
Make everybody happy – starting with me


Het wordt zelfs zo persoonlijk, dat we niet ontkomen aan het gevoel dat we luisteren
naar een afscheidsplaat, een laatste saluut aan de Schotse minstreel. Dan zou het
titelstuk perfect op haar plaats vallen:


I count my life in seconds past
In meeting minutes, hours of glass
Days of quiet watching, thought bubble clouds
Blow through the years, wond’ring aloud


Een ‘merkwaardige herkauwer’, zo zou je de titel van de plaat kunnen vertalen. Dan
klinkt het bijna als een excuus voor hetgeen Jethro Tull ons al sinds begin jaren
zeventig voorschotelt: energieke, soms complexe rock met de viriele, en soms bijna
brute, staccato fluitklanken van Anderson als signatuur en waarmee het Jethro Tull
tot niets minder dan een instituut maakte. De toon wordt direct al gezet in de opener,
waarin de fluit van Anderson in de eerste plaats alleen door accordeon wordt
begeleid, voordat gitarist Jack Clark de rockriff neerzet. Dit is Jethro Tull, het instituut
dat na zestig jaar teruggrijpt op het geluid van de beginjaren: de jaren zeventig
herleven, inclusief de typerende folk-rock invloeden met prominente rollen voor
mandoline en accordeon en als hoogtepunt een track met een ruim kwartier aan
speelduur.


Om met die laatste te beginnen, alleen om dit ‘Drink From the Same Well’ zou je
deze plaat moeten aanschaffen. Hoewel de persoonlijke zielenroerselen de
boventoon voeren op ‘Curious Ruminant’, maakt de schrijver en componist Anderson
in geen enkel nummer van zijn hart een moordkuil. ‘Drink From the Same Well’ gaat
over het feit dat we ondanks verschillen toch vooral allemaal gelijk zijn. Na een
minutenlange virtuoze fluitsolo van Anderson bouwt het nummer op naar een episch
stuk waarin de eenheid van de mensheid wordt bezworen.


Jethro Tull is een instituut en hoeft zich aan geen enkele conventie te houden. Het
kan zich veroorloven om in niet mis te verstane bewoordingen de toestand aan in het Midden-Oosten aan te snijden in ‘Over Jerusalem’ of als ware poëet de gevoelens
van een allesomvattende depressie te verwoorden in het complexe ‘Stygian Hand’,
verwijzend naar de Griekse godin van de onderwereld. Die poëzie is overigens nooit
ver weg bij Anderson, waarbij de woorden altijd zijn verpakt in de warmte die alleen
een ware minstreel kan verzorgen, met betoverende fluitklanken, ondersteund door
een band die de ware ziel van Jethro Tull heeft begrepen.


Herkauwen? Als het de ziel van Jethro Tull betreft, dan is herkauwen bepaald geen
zonde. Natuurlijk horen we overduidelijke verwijzingen naar iconen als ‘Jack-in-the-
Green’ op het onmisbare album ‘Songs from the Wood’ of de tijdloze juwelen op
‘Thick as a Brick’. Dan is herkauwen niet iets negatiefs, maar levert het muziek op
zoals slechts één band op aarde die kan brengen. Niet altijd even toegankelijk –
hoewel dit ‘Curious Ruminant’ beslist tot het meer toegankelijke werk mag worden
gerekend – maar altijd indringend en nog altijd relevant in veel opzichten. Het enige
dat aan slijtage onderhevig lijkt te zijn, is de stem van Anderson.


Van ’Aqualung’ zijn sinds 1971 ruim zes miljoen exemplaren verkocht. Een eerste
persing van dat album ‘doet’ ruim vijfhonderd euro op Discogs. Dat zal dit ‘Curious
Ruminant’ niet evenaren. Maar als het om het meest persoonlijke werk in het oeuvre
van Ian Anderson gaat, dan verdient dit album een plek in de top tien van het beste
dat Jethro Tull ooit maakte. En dan vergeten en vergeven we de twee matige
voorlopers – en zelfs die kerstplaat. (80/100)(InsideOut Music)


Bandleden:


Ian Anderson – flute, vocals, mandolin
Andrew Giddings – keyboards, accordion
James Duncan – drums, cajon, percussion
David Goodier – bass
John O’Hara – piano, accordion
Scott Hammond – drums
Jack Clark – guitars

Tracks:

  1. Puppet And The Puppet Master
  2. Curious Ruminant
  3. Dunsinane Hill
  4. The Tipu House
  5. Savannah of Paddington Green
  6. Stygian Hand
  7. Over Jerusalem
  8. Drink From The Same Well
  9. Interim Sleep
Facebooktwitterredditpinterestmail

PJ

Add a Comment