Soen – Reliance

Het Zweedse Soen komt het jaar lekker binnen met album nummer zeven: ‘Reliance’. Buiten nieuwe bassist Stefan Stenberg die de fotogenieke dreadlock-viersnarenplukker Oleksii Kobel vervangt, leek er na enkele luisterbeurten verdomd weinig nieuws onder Soens zon. Oftewel, alle bekende vakjes kon ik aankruisen: lager gezongen coupletten om in het refrein de hoogte in te gaan voor maximaal effect? – check. Iedere harde song voorzien van een rustig intermezzo? – check. Powermetalriffs gekoppeld aan melodieuze oorwurmrefreinen? – check. Songtitels van maximaal één woord? – check. Prachtige gitaarsolo’s, met name in de Pink Floydiaanse ballads? – check. Een veilige voorzetting dus van de richting die op ‘Lotus’ (2019) werd ingezet en waarbij de progressieve, meer uitgesponnen nummers steeds compacter, doch catchiër werden. Het heeft de band geen windeieren opgeleverd, dus geef ze eens ongelijk.
Na herhaaldelijk draaien blijkt deze ‘Reliance’ echter wel degelijk enkele verrassingen in petto te hebben en schaal ik hem zelfs een puntje hoger in dan voorganger ‘Memorial’. Voorspelbaarheid troef inderdaad, maar de songs zitten dusdanig vernuftig in elkaar, dat ik de minimale progressie op de koop toe neem. Tel daar de uitgebalanceerde productie én de welkome afwisseling tussen krachtige, melodieuze metalsongs en een aantal prachtige (semi-)ballads en je hebt toch prima album te pakken.
De stevige songs zijn in de meerderheid. De heavy opener ‘Primal’ is meteen het hardste nummer met zijn groovende, vette, laaggestemde riff. Het tragere en melodieuzere ‘Mercenary’ doet daar nauwelijks voor onder, want behept met een aanstekelijk refrein en heerlijke solo. Dan volgt met ‘Discordia’ zowaar al de eerste semi-ballad. Het hypnotiserende nummer heeft een heerlijk uitbundig refrein en is één van de uitschieters. ‘Axis’ is voor Soen-begrippen aardig uptempo en krijg je ook maar weer moeilijk je kop uit. Fijn ook hoe Cody Ford binnenvalt met zijn solo. Een song als het ingetogen, bezwerende ‘Huntress’ voegt daadwerkelijk wat toe aan hun oeuvre. Prachtig!
Soen volgens het boekje horen we in ‘Unbound’ en ‘Drifter’. Beide prima nummers, maar ze hadden ook op de vorige albums kunnen staan. Dat geldt niet voor de piano-ballad ‘Indifferent’, die nog het meest tegen Pink Floyd aanschurkt. Wat een emotie legt Joel Ekelöf in zijn zangpartij. Hoogtepunt nummer twee wat mij betreft. In het redelijk afwisselende ‘Draconian’ worden weer dikke planken gezaagd totdat het onvermijdelijke rustige intermezzo aanbreekt, dat langer duurt en gelukkig meer toevoegt dan we gewend zijn. Afsluiter en langste (nou ja, 4.45 min) nummer ‘Vellichor’ is een schitterende gevoelige ballad. Soen houdt het hier zowaar klein en ingetogen, totdat Cody zijn gitaar laat janken in maar liefst twee heerlijke Gilmour-solo’s. Fijn einde van het album!
Waar ik eerder nogal kritisch was op de nieuwe Alter Bridge vanwege te weinig vernieuwingsdrang, slaat de balans hier tóch door naar een mooi eindcijfer. Want ondanks de geringe innovatie, gaat deze ‘Reliance’ vaak zijn rondjes maken op de draaitafel; daarvoor is het niveau nu eenmaal te hoog en zijn er net genoeg nieuwe accenten te vinden. Hopelijk vindt de band zich op een volgend album wel enigszins opnieuw uit, want zelfplagiaat ligt op de loer. Voor deze keer zien we het nog door de vingers.
(87/100 – Silver Lining Music)
Line up
- Joel Ekelöf – zang
- Cody Ford – gitaar
- Lard Enok Åhlund – gitaar
- Stefan Stenberg – bas
- Martin Lopez – drums
Track list
1. Primal
2. Mercenary
3. Discordia
4. Axis
5. Huntress
6. Unbound
7. Indifferent
8. Drifter
9. Draconian
10. Vellichor




